Gaby den Held - REÜNIE, roman
 
GABY DEN HELD
           
                         
ENGLISH
 REÜNIE 


DORIAN POTS, erkend en geliefd uroloog, arriveert op een zonnige meidag in Diepenheim, de stad van zijn jeugd. Hij denkt een nieuw leven te beginnen met zijn vroegere kalverliefde JASPER VAN VLIET. Maar dan ziet hij TITUS BALKENHOL op het terras van café Boonk, gekleed in een blauwe bolletjesjurk. Deze oude schoolkameraad tegen wil en dank zegt tegen hem: 'Tot vanavond bij de reünie van onze oude schoolklas.' Reünie? Waarom weet Dorian daar niets van? Zijn vroegere klasgenoten hebben nog meer verrassingen in petto. Dit, en een dodelijk ongeval dat in hun jeugd plaats vond, zijn ingrediënten voor een even grimmige als vermakelijke tragikomedie over pestkoppen en hun slachtoffers.
WEERZIEN IN DIEPENHEIM

Het begin van de roman:

Op een zonnige meidag arriveerde Dorian Pots in een hotel, even buiten het Twentse Diepenheim. Na een snelle lunch in het restaurant besloot hij een fikse wandeling te maken naar ‘t middeleeuwse stedeke waar hij om twee uur een afspraak had. Dorian kwam drie kwartier te vroeg aan en streek neer op het terras van café Boonk. Luttele minuten later werd de stilte onderbroken door het getiktak van naderende hakken. Hij keek op en zag een rijzige gestalte in een knalblauwe bolletjesjurk. Een hoekige diva liep met ferme tred het terras op en ging twee tafels verder zitten. Grijze krullen omrandden een grof geplamuurde tronie. Dorian’s blik haakte zich vast aan de hare. Ze keek hem vragend en daarna verrast aan. Haar vuurrood gestifte mond viel een beetje open. Toen riep ze met bulderende stem:
‘Nee maar, Dorian Pots! Mijn oude schoolkameraad!’
Een donkere herinnering sijpelde traag naar binnen en kleefde als stroop aan de tentakels van zijn bewustzijn. Lieve hemel! Nu wist hij wie deze excentriekeling was. Titus Balkenhol. De pias uit zijn schooltijd. Dorian overwoog spoorslags het hazenpad te kiezen, maar in plaats daarvan hoorde hij zijn robot antwoorden:
‘Dag Titus. Dat is lang geleden.’
‘Wat een toeval dat ik je hier tref! Kom bij me zitten, kerel!’
Titus klampte een serveerster aan en bestelde bier.
’Op de goeie ouwe tijd!’ riep hij en stootte zijn glas tegen het zijne.
‘Op de goeie ouwe tijd’, echode Dorian.
‘En hoe is het met jou?’ vroeg Dorian, eerder om de aandacht van zichzelf af te leiden dan uit belangstelling.
‘Ik mag niet klagen. Ik ben een succesvol ondernemer zoals men dat zegt. Niemand die dat had verwacht toen ik met de hakken over de sloot mijn eindexamen haalde. Ik zeker niet. Niets interesseerde me en ik had geen idee wat ik wilde worden in het leven. Toen kwam ik Floris tegen. Samen zijn we een schildersbedrijf begonnen. Dat werd niet onmiddellijk bingo, maar na een paar jaar was de naam van Balkenhol & Zwaan gevestigd. Vooral bij schilderwerk van historische panden kon men niet meer om ons heen.’
‘En ben je getrouwd? Heb je een relatie?’
‘Mijn vorige huwelijk was een ramp, maar Rosa is geweldig. Ik ben blij dat ik haar uit Italië heb gehaald. En jij?'
'Ik ben sinds vijf jaar uroloog bij het VU Medisch Centrum. Daar heb ik Sophie ontmoet. We wonen nu samen in Amsterdam en hebben een dochter van drie jaar, Lisa.'
Titus knikte goedkeurend. Toen stond hij op en zei:
'Zeg, het is fantastisch om je te ontmoeten, maar ik moet er vandoor. Ik zie je vanavond, bij de reünie van onze klas!'
Dorian voelde de klap op zijn schouder nog na tintelen terwijl hij zich afvroeg: 'Een reünie? Waarom weet ik daar niets van?'



HET VERHAAL

Dorian Pots en Titus Balkenhol waren de kwelduivels van het Lombardus College. Jaren later ontmoeten ze elkaar weer op het terras van café Boonk te Diepenheim. Daar hoort Dorian dat er diezelfde avond een reünie is met tien voormalige klasgenoten. Deze zal plaats vinden in het ouderlijk huis van Dorian. Maar inmiddels heeft zijn moeder - Iris Pots - de monumentale villa en het landgoed verkocht aan Titus en zijn Italiaanse vrouw Rosa, dit zonder medeweten van haar zoon waarmee ze gebrouilleerd is. ​

Terwijl voorbereidingen voor de reünie gaande zijn dwaalt er een jongen door Diepenheim die beweert een waterblaag te zijn. Waterblagen zijn de plaatselijke watergeesten. Volgens de legende lokken ze kinderen de Schipbeek in. Het verhaal van de waterblaag is nauw verbonden met een tragische gebeurtenis van jaren geleden. Drie jongens: Dorian, Titus en Floor (de jonge broer van klasgenoot Jasper) gingen joyriden. De rit eindigde in de Schipbeek en Floor vond daar de dood.

De reünisten arriveren bij villa Bergval. Ondertussen blijkt Floor - de vermeende waterblaag - een rol te spelen in een wraakzuchtig plan dat de klasgenoten hebben uitgedacht om Titus en Dorian een lesje te leren. Van onderlinge solidariteit is geen sprake: allen voeren ze hun eigen agenda. De reünie begint rustig, maar het venijn opsparen is voor sommigen teveel gevraagd. De avond eindigt met het Schipbeek drama. Wraak smaakt zoet. Of niet? 

Lees fragmenten uit Reünie